Pagina 2 van 3

Orthodox Zomerkamp 2011

Van 30 juli tot 6 augustus is het jaarlijkse Orthodoxe zomerkamp gehouden, georganiseerd door de verenigingen van Orthodoxe Jongeren in België (OJB-JOB) en in Nederland (OJN). Met de zegen van de bisschoppenconferentie van de Benelux brachten 45 kinderen en 20 leiders een week door in een tentenkamp in de bossen bij het dorp Grobbendonk in België. Het kamp was gewijd aan het feest van de Transfiguratie (6 augustus), dat tijdens het kamp werd gevierd. Het thema werd behandeld tijdens catechese, in spelen, creatieve activiteiten en in gesprekken met de geestelijken.

Hoofd kampleiding was wederom Elizabeth Van Duijn, parochiane van de Nikolaaskerk in Amsterdam. De pastorale zorg was in handen van vader Alexander Yavorousky (Leuven), vader Hildo Bos (Amsterdam) en diaken Dimitri Yatsun (Antwerpen). Een aanzienlijk deel van de leiding bestond uit jonge mensen die zelf als kind aan het kamp hebben deelgenomen. Bij het opbouwen en afbreken werd het team bijgestaan door vrijwilligers uit de parochie van Christus Geboorte in Antwerpen onder leiding van vader Andrei Eliseev en vader Artemi Alimarin.

De centrale plaats van het kamp was de kerktent, versierd met iconen op doek, geschilderd door de kinderen. In de kerk werden de ochtend-en avondgebeden gelezen en twee keer de Goddelijke Liturgie gevierd. De eerste Goddelijke Liturgie werd gevierd op zondag 31 juli; de tweede op de voorlaatste dag van het kamp, 5 augustus. Deze werd voorgegaan door aartsbisschop Simon van Brussel en België, die de vooravond ook hielp met het afnemen van de biecht. Een andere bisschop, Bisschop Athenagoras van Sinope, was ook voornemens om het kamp te bezoeken, was verhinderd om gezondheidsredenen. Aartsbisschop Simon diende samen met de geestelijkheid van het kamp en diaken Victor Yudin. Bij alle diensten zongen en hielpen de kinderen zelf.

Het Orthodoxe zomerkamp wordt sinds 2000 door OJN en OJB-JOB georganiseerd. Het staat open voor Orthodoxe kinderen van 7 tot 16 jaar uit België en Nederland die Nederlands spreken. Het kamp draait volledig met vrijwilligers uit verschillende parochies. Met meer dan 12 jaar ervaring is er inmiddels een solide basis: ervaren leiders, handig materiaal en goede catechese. Het kamp wordt georganiseerd dankzij financiële en materiële steun van bisdommen en parochies. Het kamp van 2012 is gepland voor de periode van 28 juli-04 augustus. Voor foto’s klik hier.

Giften kunnen worden overgemaakt op de volgende rekening:

121293 t.a.v. OJN-OZK te Amsterdam.
IBAN: NL58 INGB 0000121293
BIC: INGBNL2A

Orthodox Zomerkamp 2010

Van 24 t/m 31 juli heeft in Dronten het jaarlijkse Orthodoxe Zomerkamp plaatsgevonden, georganieerd door de Orthodoxe Jongeren in Nederland (OJN) en in België (OJB-JOB). Het kamp zet sinds 2000 de traditie van de Orthodoxe Kinderkampen van de Vereniging van Orthodoxen “Heilige Nikolaas” voort, die 25 jaar geleden voor het eerst werden gehouden.

Het kamp werd gehouden met de zegen van verschillende Orthodoxe bisschoppen met gemeenschappen in Nederland: Metropoliet Panteleimon van België, Aartsbisschop Simon van Brussel en België/Den Haag en Nederland en Aartsbisschop Gabriël van Komana. Hoofd kampleiding was wederom Lisette van Duijn, terwijl de geestelijke verzorging in handen was van aartspriester Alexander Yavarouski (rector van de parochie van de h. Mattheos in Leuven), priester Hildo Bos (parochie h. Nikolaas, Amsterdam) en diaken Dimitri Jatsun (parochie Geboorte van Christus, Antwerpen).

Aan het OZK 2010 namen 50 kinderen en ruim 15 leiders uit Nederland en België deel. Vier van de leiders hadden zelf als kind aan de Orthodoxe kinderkampen/zomerkampen deelgenomen. Het thema — “De Opstanding van Christus” kreeg vorm in catechese, drama, spellen en gesprekken. De tienergroep had elke dag een “rustig uurtje met God” waarin het thema besproken werd aan de hand van filmfragmenten en citaten uit de Schrift, liturgische teksten en literatuur. Twee keer gedurende het kamp werd de Goddelijke Liturgie gecelebreerd, waarbij de kinderen zelf zongen, hielpen in het altaar en lazen. Voorafgaand aan de laatste Liturgie namen alle deelnemers en leiders deel aan de biecht.

Het volgende OZK wordt gepland in de zomer van 2011 in België. De organisatoren zijn nog op zoek naar een geschikt terrein. Als thema is gekozen “De Transfiguratie”.

V. Hildo Bos

Artikel Het Parool

Onderstaand artikel is gepubliceerd in PS van de week, bijlage het Parool, zaterdag 15 augustus 2009
tekst: Arthur van den Boogaard

INTRO
Zeilen is voor zeilers; geloven voor gelovigen. De orthodoxe kerkgemeenschap organiseert elke zomer een kampeerkamp voor de jeugd; al tien jaar lang met succes. Over een dag tafeltennissen met aan het einde de biecht.

STUK
Het gedragen geluid van de bugel schalt over het kampeerterrein. Klokslag acht uur wordt, zoals al de gehele week, ook op deze donderdagochtend het zomerkamp voor Nederlandse en Vlaamse jongeren van de Orthodoxe Kerk geopend met de Reveille. Bugelspeler Hans – beroepsmilitair en gedurende het kamp verantwoordelijk voor het materiaal en de wekdienst – draagt witte handschoenen ter bescherming van het instrument. Net als met de Last Post tijdens dodenherdenking speelt hij ook nu elke noot met opperste concentratie.
In de drie verschillende tentenkampen – onderverdeeld naar leeftijd: 7-9, 10-12 en 13-16 jaar – volgen al snel reacties. Tentritsen gaan open, hoofden komen te voorschijn en allerlei kinderen vervoegen zich bij de wasruimtes en de eettenten of lopen zomaar een beetje rond op het open veld. Toch blijft het op het afgehuurde kampeerterrein nabij Dronten rustig.
Een kleine selectie uit de drie leeftijdsgroepen kwijt zich in de keukentent al enige tijd aan hun taak als smeerploeg van de dag. Dat betekent boterhammen klaarmaken en tafels dekken. Zittend achter een bak vol belegd bruin brood vraagt een van de jongste wanneer het genoeg is. In zijn hand heeft hij een bijna lege pot chocoladepasta. “Als het op is, is het op,” zegt Annet Crouwel.
Hoewel haar eigen kinderen te oud zijn heeft ze zich ook dit jaar weer laten strikken voor de organisatie. Samen met de moeders Kathi Hansen Löve en Hanna Bos – alle drie veertigers verbonden aan de Russisch Orthodoxe kerk aan de Amsterdamse Lijnbaansgracht en alle drie ook groot liefhebbers van de koorzang – is Annet verantwoordelijk voor het eten. Dat betekent drie maaltijden per dag, de nodige tussendoortjes en voortdurend beslissingen nemen. Zoals zojuist; de resterende pakken Frosties voor de jongste groep en Cornflakes voor de rest.
Eenvoudige taken, zeker vergeleken met hun dagelijks werk als respectievelijk advocaat, advocaat en arts infectieziektebestrijding. Toch vinden ze het inschatten van de juiste hoeveelheden voor de in totaal 58 kinderen en 23 leden van de kampleiding best lastig. Verder bemoeilijken allerlei onvermoede zaken hun taken. Zo was er de verdwenen zak chips in de afgelopen nacht.
Diaken Dimitri Jatsun heeft met zijn bekentenis het mysterie inmiddels opgelost. De uit Antwerpen afkomstige geestelijke had honger en is daarvoor met zijn verslapen op deze ochtend al door een hogere macht op de vingers getikt. “Diefstal van chips bestraft God kennelijk direct,” zegt hij en lacht. Toch wil hij van het vergoelijken van zijn daad door Annet – ‘je hebt het niet gestolen, maar slechts meegenomen’ – niets weten. “Vanavond, ná de biecht, pas dan ben ik het kwijt.”

Het is donderdag, de zesde dag van het zomerkamp en de dag van biecht. In de op het midden van het terrein opgestelde speciale kerktent is vader Hildo Bos druk bezig met de voorbereiding van het ochtendgebed. Meer dan tien jaar geleden was de huidige priester van de Amsterdamse parochie een gedreven lid van de jongerenbeweging van de Orthodoxe kerk. Samen met Sacha Bakker en Idwine van der Blij, twee andere actieve leden, ervoer hij destijds het niet meer organiseren van een jeugdzomerkamp als zonde. Gezamenlijk besloten ze de oude, maar verdwenen traditie nieuw leven in te blazen. Inspiratiebron vormden de toen succesvolle internationale jongerenkampen in Engeland en Frankrijk. Mede daarom werd ook de Belgische jongerenbeweging benaderd. Het klikte en tien jaar later zijn ze nog steeds van de partij. Ongeveer een derde van de kinderen op het kamp is Vlaams en de geestelijke leiding is al enkele jaren in handen van de in België wonende Witrussische priester Alexander Yavarouski. Beiden hebben naast hun geestelijke positie ook een reguliere baan. De 30 – jarige vader Alexander is naast priester in Leuven vrachtwagenchauffeur. De 39-jarige vader Hildo is simultaantolk Russisch.
Volgens de laatste is het verschil met andere zomerkampen niet groot. Bij een zeilkamp is de bindende factor zeilen. Hier staat het geloof centraal. Het succes blijkt uit het gestaag groeiende aantal deelnemers. Zelf ervaart hij het jaren achtereen terugkeren van dezelfde kinderen als belangrijkste compliment. “Voor een generatie die moeilijk dank je wel zegt, is dat bijzonder. Daarom willen we de kinderen ook vooral zichzelf laten zijn. Als dat lukt, hebben wij het goed gedaan.”
Naast alle typische kampactiviteiten wordt ook geprobeerd de kinderen spelenderwijs iets bij te brengen van het geloof. Zo waren op woensdagavond bij het spel levend stratego de verschillende rangen gekoppeld aan de hiërarchie in de orthodoxe kerk: de maarschalk was een patriarch; de kolonel, een metroliet en de verkenners waren gelovigen. En eerder in de week werd als een soortement van quiz aan de kinderen gevraagd de juiste tien geboden te ontdekken in een lijst van twintig. Verder dienen de dagelijkse terugkerende rituelen van ochtend- en avondgebed, de voorbereidingen op de liturgie en de gezamenlijke zang om de beleving van het orthodoxe geloof te versterken.
Tijdens het half uur durende ochtendgebed blijkt herhaling een belangrijk onderdeel. Door alle aanwezigen in de kerktent worden keer op keer weer kruisen geslagen en meerdere gebeden bestaan uit het achter elkaar reciteren van dezelfde zinnen. “Heer, ontferm u over ons. Heer ontferm u over ons. Heer ontferm u over ons.” De korte dienst behelst verder het voorlezen uit de bijbel en een preek door vader Alexander; gehouden in het Russisch. Vader Hildo vertaalt in het Nederlands. Centraal staan ‘ziektes van de ziel, genaamd zonden’ en ‘het sacrament van de biecht’. “Vanavond hebben jullie de kans gebruik te maken van dat wonderlijke sacrament.”
Na afloop kust iedereen een icoon van Jezus dat vooraan in de kerk op een staander ligt. Verschillenden raken de afbeelding ook met het voorhoofd aan. Op die manier maak je het contact met Christus concreet.
“Thuis ben je vaak een eenling,” zegt Mariya Karlashchuk. Na het ontbijt slentert ze met enkele vriendinnen over het terrein. De 13-jarige Oekraïense bezoekt wekelijks de kerk in Amsterdam, maar op haar school in Haarlem begrijpt bijna niemand iets van haar geloof. Daarom is dit kamp aangenaam; dat ze niets hoeft uit te leggen. Verder is er het hernieuwde contact met vriendinnen van vorig jaar. Die komen uit andere delen van Nederland. Sommigen hebben net als zij een achtergrond in een ander land. Buiten het kamp om is er contact via internet, maar dat is minder intensief. Over het geloof wordt ook dan nauwelijks gesproken; net zomin als nu. “Niks te hoeven uitleggen, dat is het fijnst,” zegt ze. “Verder is zomerkamp gewoon leuk.”

10.57 uur. Vader Alexander lijkt aan de tafeltennistafel een beslissende 10-4 voorsprong te hebben genomen. Op veler verzoek heeft de 32-jarige tentleidster Sacha Bakker voor deze dag een echt toernooi georganiseerd waaraan ook de Belgische priester meedoet. Maar middenin deze belangrijke partij wordt hij ineens weggeroepen, omdat een gevallen meisje dringend zijn hulp nodig heeft. Even later keert hij hoofdschuddend terug.
De oudste groep en de leidinggevenden zijn verwikkeld in een spel genaamd ‘killers’. Iedereen heeft een kaart gekregen met daarop de naam van iemand anders. Het doel is die persoon te doden door in zijn of haar oor te fluisteren ‘je bent dood’. Die mededeling mag echter alleen worden gedaan als er niemand anders bij is; je met zijn tweeën in afzondering bent. De geveinsde val bleek een valstrik. Het betreffende meisje had vader Alexander getrokken. Net als zijn tafeltennistegenstander draagt hij nu een witte doek om zijn status als pas gestorvene aan te geven.
“Wij zijn beiden dood,” zegt vader Alexander, terwijl hij serveert. “Ha, ha, twee vampieren aan de tafeltennistafel.”

In de kerktent krijgt de groep van zeven-, acht- en negenjarigen ondertussen van hun tentleiding uitleg over de biecht. Op eigen initiatief is vader Sergi Merks erbij gaan zitten. De 62-jarige voormalige leraar maatschappijleer en filosofie op een middelbare school is als priester werkzaam in de parochiën van Nijmegen en Rotterdam. Na jaren van enkel goede voornemens is hij dit jaar daadwerkelijk langsgekomen bij het jeugdkamp. Na eerst te hebben geluisterd naar de leiding voegt hij ook enige uitleg toe. Hij benadrukt dat de biecht een ‘vrijwillige keuze’ is en het best gezien kan worden als ‘een gesprek met God’. “De priester is daarvan slechts getuige. Hij staat naast je terwijl jij spreekt met God.”
De kinderen luisteren aandachtig, knikken soms, maar hebben vooral veel vragen. Of er trappen bestaan die hoog genoeg zijn om naar God te klimmen? Of liegen over je leeftijd als je nog niet kan tellen ook een zonde is? Wat toch de lievelingskleur van God is? Of het paradijs echt bestaat? Of biechten net zo is als douchen? En over de onoverkomelijke verschillen tussen het scheppingsverhaal en de evolutietheorie en welke van de twee nou het meest betrouwbaar is?
Over deze laatste vraag zegt iemand van de tentleiding het ‘ook niet precies te weten’. Maar misschien helpt het ‘om de zes scheppingsdagen niet letterlijk te nemen’. “Dan heeft God zeg maar ook de evolutie geschapen en daar deed hij dan net iets langer over.”
Tot slot krijgen de kinderen precies uitgelegd hoe ze op de juiste wijze een kruisteken maken. Anders dan bij andere christelijke geloven gaat de hand na het hoofd en de borst eerst naar de rechterschouder en dan pas naar links. Daarmee wordt benadrukt dat je jezelf bekruisigt en ‘van gene zijde wordt gezegend’. Ook houden orthodoxen de vingers tijdens het kruisteken op een speciale manier. Duim, wijs- en middelvinger tegen elkaar en gestrekt naar boven als symbool van de Heilige Drie-eenheid; Vader, Zoon en Heilige Geest. Tegelijkertijd worden tijdens het teken pink en ringvinger naar binnen gevouwen als verwijzing naar de goddelijke én menselijke natuur van Jezus Christus. “Die twee vingers mag je best hard aandrukken,” zegt een meisje van de leiding. “Anders kan de duivel er tussen.”
Vader Sergi lacht, kijkt naar de vingers in zijn eigen handpalm en drukt deze nog weer iets steviger aan. “Die kende ik nog niet; dat de duivel er anders tussen door kan.”

13.46 uur. De keukenploeg is tevreden met zichzelf. Groeiende ervaring met bijpassend timmermansoog deed hen twintig kilo aardappels schillen. Na afloop van de warme lunch is er slechts één opscheplepel aardappelpuree over. Het stemt optimistisch voor de laatste twee dagen van het kamp. “Uiteindelijk leren we het dan toch.”
Terwijl de rest corvee heeft of een vrij uur, krijgt de oudste groep uitleg over de biecht. Zittend in een kring luisteren ze hoe vader Alexander (Russisch) en vader Hildo (Nederlandse vertaling) vertellen over dat ‘geboden raadgevingen zijn’; over ‘de christelijke plicht om je ziel schoon te houden’ en over dat spijt betuigen tegenover iemand anders ‘moeilijker is, maar daarom de ziel ook beter reinigt’.
Behalve een als grappig bedoelde vraag van de stoerste jongen – ‘Als het eten van de appelboom ons uit het paradijs heeft verdreven, waarom eten wij dan nog steeds appels?’ – wordt door deze groep vooral geluisterd. Een uiteindelijke oproep door vader Hildo om vragen te stellen blijft zonder reactie.
“Dat betekent dus dat vader Alexander het allemaal duidelijk heeft uitgelegd,” zegt hij en kijkt de kring rond. “En wat nu?”
“Ranja,” zegt Sacha.

Vijf minuten na het geplande tijdstip van half vier luidt hoofd kampleiding Lisette van Duijn-Bruning de algemene bel ten teken van het gezamenlijk zingen in de kerktent. Het orthodoxe geloof zonder zang is als katholieke kerk zonder paus. Niet voor niets sprak men vroeger in Rusland over een kerkbezoek als ‘we gaan naar het gezang’ in plaats van ‘we gaan naar de kerk’.
Onder leiding van Suzanna Roye, een 27-jarige Amsterdamse studente psychosociaal werk die als kind al deelnam aan orthodoxe zomerkampen, worden verschillende verzen gezongen. Opvallend is dat vrijwel iedereen meezingt, ook de oudste groep kinderen. Het enthousiasme neemt toe als blijkt dat de aartsbisschop van Brussel en België, net als de afgelopen twee edities, in het kamp is gearriveerd.
Als hij de kerktent betreedt zet iedereen het afgesproken welkomstlied in. “Ies Polla, Eti, Despota!” zingt men, wat betekent: ‘Nog vele jaren meester!’. Met een glimlach ontvangt aartsbisschop Simon deze wens, om vervolgens achteraan in de kerktent te gaan staan. Omdat hij alleen de Russische taal kent is meezingen lastig. Na afloop vertelt vader Hildo dat het enthousiasme over diens komst ook daardoor komt. Aartsbisschop Simon zal optreden als biechtvader en sommige kinderen spreken in het Russisch gemakkelijker over hun zonden.

In de namiddag wordt de betekenis van deze donderdag duidelijker. Iedereen is vrij in de keuze om wel of niet te gaan biechten. Maar de sfeer in het kamp moet rustig zijn. De leiding heeft dat zichzelf ook als opdracht gegeven. Concreet betekent dat de verschillende leeftijdsgroepen nog duidelijker gescheiden houden. En vooral zorgen voor rust en waar mogelijk, individueel af en toe iemand aan spreken om kort na te denken over wat je eventueel kan gaan zeggen.
Aanvankelijk lukt dat goed. De kinderen zijn rustig, de sfeer gelaten. Maar tijdens het avondeten slaat het weer plotseling om. Er zijn windvlagen en de regen slaat hard neer op de tentdoeken. Als leidster Sacha na het dankgebed in de keukentent aan de groep van tieners wil vertellen over de mogelijkheid tot biechten spreekt ze extra luid om de regen en steeds dichter naderende donderslagen te overstemmen. Als de harde regen aanhoudt begint ze uiteindelijk maar te zingen. Een medebegeleider valt haar bij. “I am waiting my Lord. Because it’s raining my Lord.”
In andere eettenten worden ook de nodige voorbereidingen getroffen. Wachtend op een teken van de leiding om naar de kerktent te gaan voor het avondgebed spreken twee kinderen uit de middelste groep kort over de naderende biecht. “Ik weet niet goed wat ik moet zeggen,” zegt een. De ander, al iets meer ervaren met het biechten, haalt kort de schouders op. “Dat komt wel, straks.”

19.55 uur: de bel luidt voor het avondgebed. Met een haastige pas vervoegt iedereen zich door de inmiddels geminderde regenbui naar de kerktent, waar vader Alexander, vader Hildo, aartsbisschop Simon en diaken Dimitri klaar staan voor de dienst. Na het half uur durende gebed zijn de eerste drie geestelijken beschikbaar om te biechten.
Iedere leeftijdsgroep keert terug naar hun eigen eettent en wacht vervolgens in stilte op dat wat komen gaat. Beginnend bij de jongste worden ze in groepjes van drie naar een bank in de kerktent gebracht. Vandaar kunnen ze van een afstand toekijken naar hun biechtende voorgangers en weten ze precies wanneer het hun beurt is.
Na ruim twee uur, waarin de aanhoudende regen eerst wordt verdrongen door een regenboog (‘ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde’: Genesis 9:13) en uiteindelijk ook door een beginnende sterrenhemel – heeft van het hele orthodoxe zomerkamp op twee na iedereen zijn of haar zonden opgebiecht.

Orthodox Zomerkamp 2008

Van 1 t/m 9 augustus heeft op het domein De Hoge Rielen bij Kasterlee (België) het jaarlijkse Orthodoxe zomerkamp plaatsgevonden. De zomerkampen worden sinds 2000 gezamenlijk georganiseerd door de Orthodoxe jongerenverenigingen in Nederland en België, OJN en OJB. De kampen zetten de traditie voort van de Orthodoxe kinderkampen die gedurende ca. 25 jaar zijn gehouden door de Vereniging van Orthodoxen Heilige Nikolaas. Zij vinden plaats met de zegen van de bisschoppen van de voornaamste Orthodoxe bisdommen met parochies in Nederland en België: het Aartsbisdom van België-Exarchaat van Nederland en Luxemburg van het Oecumenisch Patriarchaat, het Aartsbisdom van Brussel en België-Bisdom van Den Haag en Nederland van de Russisch-Orthodoxe Kerk en het Exarchaat van de Orthodoxe kerken van de Russische traditie van het Oecumenisch Patriarchaat. De kampen wordt in de Nederlandse taal gehouden, afwisselend in Nederland en België.

 

Het OZK 2008 had 62 deelnemers in de leeftijd van 7 t/m 16 jaar. Met inbegrip van het leidingteam telde het volledige kamp ruim tachtig personen. Kamppriester was, net als voorgaande jaren, vader Alexander Yavarouski uit Leuven, bijgestaan door de diakens Hildo Bos (Amsterdam) en Dimitri Jatsun (Antwerpen). Hoofd kampleiding was dit jaar Elisabeth (Lisette) van Duijn-Bruning uit Amsterdam, docente in het bijzonder onderwijs. Onder de leiding waren vier nieuwe leidster die zelf als kind mee zijn geweest op het OZK.

groepsfotoozk08
Thema van het kamp waren de gelijkenissen van Christus. Elke dag werd tijdens de ochtendgebeden één gelijkenis gelezen, die tijdens de catechese, spelen en activiteiten werd uitgewerkt. De meeste activiteiten, evenals de maaltijden, vonden plaats in de drie leeftijdsgroepen waarin het kamp is opgedeeld: 7-9 jaar, 10-12 jaar en 13-16 jaar. Voor sommige spelen en activiteiten werden de groepen juist gemengd. Uiteraard werden de gebeden en diensten in de kerktent door alle deelnemers samen gehouden.


Twee hoogtepunten in het kamp waren ongetwijfeld het bezoek van twee aartsbisschoppen en het voltrekken van een doop. Aan de vooravond van de Goddelijke Liturgie waarmee het kamp werd afgesloten, arriveerden aartsbisschop Simon van Brussel en België (Russisch-Orthodoxe Kerk) en aartsbisschop Gabriël van Komana (Exarchaat van de Orthodoxe kerken van de Russische traditie van het Oecumenisch Patriarchaat) in het kamp. Aartsbisschop Simon had het kamp reeds in 2006 en 2007 bezocht, aartsbisschop Gabriël in 2002. Beide bisschoppen werden met klokgelui
ontvangen en gaven de kinderen de zegen. Hierna volgde de doop van een kampdeelneemster, wiens ouders de organisatie hadden verzocht om haar te laten dopen. Na tijdens het kamp catechese te hebben gevolgd, werd ze in een
geïmproviseerde doopkapel door aartsbisschop Gabriël gedoopt. De aanwezige kinderen, die zelf de doopjurk en het doopbewijs hadden gemaakt, lieten zich door een onverwachte onweersbui niet uit het veld slaan. Bijeengedrukt onder
het dak van de kleine feesttent ging de dienst gewoon door.
Op 8 augustus celebreerden beide bisschoppen gezamenlijk de Goddelijke Liturgie in de kerktent. De dienst werd door de kinderen in het Nederlands gezongen, met enkele teksten in het Grieks en het Kerkslavisch. In zijn homelie na de dienst refereerde aartsbisschop Simon aan het belang van de
geestelijke inspiratie van het kamp voor de rest van het jaar. Ook merkte hij op dat lang niet alle parochiekerken zich kunnen beroemen op een concelebratie van twee aartsbisschoppen; een teken dat het kamp en de kampkerk een stabiele realiteit zijn geworden. Aartsbisschop Gabriël dankte Mgr. Simon van harte voor de concelebratie en vertelde over de beginjaren van het kamp van de Vereniging van Orthodoxen. Beide aartsbisschoppen hopen ook in 2009 het kamp weer te bezoeken.


Het OZK 2009 zal in Nederland plaatsvinden. Lisette van Duijn-Bruning zal wederom hoofd van de leiding zijn. Een selectie van foto’s staat in ons fotoalbum.

Donaties voor het kamp (voor aanschaf van tenten, materialen en beurzen) kunt u overmaken op girorekening 121293 tnv OJN-OZK te Amsterdam.

Kampcommissie OZK 2008

Lisette van Duijn-Bruning, Sofie Tobazidis, Agnes van der Voort, Hildo Bos

Orthodox Zomerkamp 2009

Van 25 juli t/m 1 augustus jongstleden is het jaarlijkse Orthodoxe Zomerkamp (OZK) gehouden op kampeerterrein “De Abbert”bij Dronten in Flevoland. Het kamp werd voor de tiende keer achtereen georganiseerd door de Vereniging van Orthodoxe Jongeren in Nederland (OJN) en de Vereniging van Orthodoxe Jongeren in België (OJB-JOB). Zoals gebruikelijk kreeg het kamp de zegen van de bisschoppen van de drie grootste bisdommen van de Benelux, het Orthodoxe Exarchaat van Nederland en Luxemburg van het Oecumenisch Patriarchaat, het Exarchaat der Russisch-Orthodoxe Kerken van het Oecumenisch Patriarchaat in West Europa en het diocees van Den Haag en Nederland van de Russisch-Orthodoxe Kerk.

Aan het kamp namen dit jaar zestig kinderen en twintig leiders deel. Hoofd kampleiding was voor het tweede achtereenvolgende jaar Elisabeth (Lisette) Van Duijn-Bruning, de geestelijke verzorging was in handen van v. Alexander Yavarouski (Leuven), v. Hildo Bos (Amsterdam) en diaken Dimitri Jatsun (Antwerpen). Zes leiders hadden in hun jeugd zelf aan Orthodoxe kampen deelgenomen: vier van hen aan de kampen van de Vereniging van Orthodoxen en twee aspirant-leiders aan het OZK zelf. De kinderen waren onderverdeeld in drie leeftijdsgroepen: 7-9 jaar, 10-12 jaar en 13-16 jaar. Vooral de oudste groep was dit jaar groot met 27 kinderen. Naast de “gewone” tentleiding waren dit jaar ook leiders mee voor drama, sport en spel en het materiaalbeheer. Met ruim tachtig personen in het kamp was het kookteam van drie personen non-stop druk in de veldkeuken. Afgezien van een houten blokhut waar het kantoor was ingericht, was het hele kamp in tenten ondergebracht.

Het kamp had als thema “De woestijnvaders”. Gedurende een week werden catechese, sport, spel en theater gebruikt om de traditie van de vaders en moeders van de vroege kloostertraditie te leren kennen. Leidraad waren de korte vertellingen en vaderspreuken (Apophtegmata) waarin stilte, gebed en de evangelische geboden centraal staan. Naast de “gewone” kerktent was hierom ook een rustige gebedshoek ingericht waar kinderen en leiders desgewenst konden bidden.

Elke dag begon en eindigde met gebed in de kerktent. Ook werden twee Goddelijke Liturgieën gecelebreerd, waarbij de kinderen alle gezangen en lezingen voor hun rekeningen namen. De slotliturgie op 31 juli werd gecelebreerd door aartsbisschop Simon van Den Haag en Nederland. Hiermee werd de traditie voortgezet dat de bisschoppen die hun zegen aan het kamp geven, er ook komen celebreren. De organisatie hoopt in de komende kampen ook één van de bisschoppen van het Exarchaat van Nederland en Luxemburg (Metropoliet Panteleimon, bisschop Maximos of bisschop Athenagoras) te ontvangen.

Een ander bijzonder bezoek was hegoumena Maria uit Asten, die samen met zuster Makrina en zuster Andrea het kamp bezocht. Voor de kinderen uit de middengroep was de catechese met de zusters over het monniksleven een onvergetelijke ervaring.

Het OZK wordt volledig gefinancierd uit de bijdragen van deelnemers en schenkingen van bisdommen, parochies en particulieren. De groei van het kamp maakt steeds nieuwe investeringen nodig, waaronder twaalf (!) slaaptenten en een complete veldkeuken die de afgelopen jaren zijn aangeschaft. Ook wordt korting geboden aan kinderen uit minder draagkrachtige gezinnen. Giften kunnen worden overgemaakt op de volgende rekening:

121293 t.a.v. OJN-OZK te Amsterdam.
IBAN: NL58 INGB 0000121293
BIC: INGBNL2A
Het OZK 2010 zal eveneens plaatsvinden op terrein “De Abbert”. In het najaar van 2009 zal hierover meer bekend worden gemaakt.

Bron: bestuur@orthodoxejongeren.nl – 7 augustus 2009 Persbericht van de Vereniging van Orthodoxe Jongeren in Nederland (OJN)

OJN-dag 2008

Met een kleine, zeer enthousiaste groep jonge orthodoxen heeft OJN afgelopen zaterdag een jongerendag gehouden. We verzamelden in de Koptische kerk in Utrecht. Daar kregen we een lezing van Elham Khalil, lid van de Koptische kerk, over de verschillen en overeenkomsten tussen de vroege christenen en ons orthodoxen nu. Met levendige voorbeelden en twee plastic bekertjes die het eeuwige en het tijdelijke leven illustreerden heeft ze een prachtverhaal gehouden.
Na een gezellige lunch kropen we achter de televisie om een tweetal video’s te bekijken. De video’s heeft Elham gemaakt voor het Koptisch museum  (het museum bestaat niet meer). In de eerste film werd het kiezen van het mooiste brood voor het worden van het lam uitgelegd. In de tweede film zagen we een samenvatting van de Koptische liturgie.
Hierna pakten we de bus (het regende!!) naar het Museum Catharijneconvent in de binnenstad van Utrecht. We hebben ons twee uur lang vermaakt met de audio-tour, het bekijken van de tentoonstelling “Met passie geschilderd” en de museumwinkel. Hierna liepen we naar het pannenkoekenrestaurant voor een overheerlijke pannenkoek.
Deze gezellige en inspirerende dag sloten we af met de avondwierookgebeden (Vespers) in de Koptische kerk. Van de Abouna (priester) kregen we na afloop een kruisje om ons te bedanken dat we in zijn kerk waren geweest. We zullen nog een keer terugkeren op een zondag voor de liturgie.

Jongerenweekend Engeland

St. John the Baptist
Ilam, Engeland 21-24 maart 2008

Vrijdagavond om 07:00 uur vertrek vanaf Schiphol. Onze (Agnes en ik) vlucht was vanwege de sneeuw vertraagd. Na een rustige en korte vlucht kwamen wij aan in het zonnige Engeland. Met de bus gingen we naar het station in Derby( spreek uit: Darby)
Daar gingen we op zoek naar een man met een baard en een grijze trui. Uiteindelijk vonden wij de man die we zochten. Hij is Roemeens en zijn naam is Ionut (Donut) In de autorit van 40 minuten veranderde het landschap van een klein Engels stadje naar een prachtig landschap met heuvels en schapen. In dit mooie landschap is het plaatsje Ilam. In dit plaatsje vond het Orthodox Youth Festival 2008 plaats. We werden hartelijk ontvangen door de organisatie. Om het ijs te breken deden we een aantal kennismakingsspelletjes waaronder het onderdeel ‘speeddaten’. Tijdens dit onderdeel maakten we ook kennis met Bisschop Kallistos, Vader Filip en zuster Magdalena van het klooster in Essex.
’S Avonds gingen we met z’n allen  naar de Kerk op het terrein van de Heilige Betram. We hielden Vespers en hierna hebben we met elkaar gesproken over allerlei onderwerpen. De volgende dagen starten we met de Liturgie, die elke keer weer heel inspirerend is geweest. Gedurende het weekend hebben we diverse lezingen gehad van o.a. Bisschop Kallistos, Vader Filip en zuster Magdalena. De hoofdlijnen van de lezingen waren vrijheid in je leven,vrijheid om je eigen keuzes te maken en de vrijheid die je hebt als je alleenstaand bent of juist al samen. Deze lezingen waren inspirerend, grappig en heel erg herkenbaar en ze hebben geleid tot goede gesprekken tussen de jongeren naderhand. Verder hebben we prachtige wandelingen gemaakt door de groene heuvels met schapen en heel veel modder. Tijdens deze wandelingen hebben we verder gepraat over de lezingen en elkaar op een creatieve manier leren kennen. Een belangrijk onderwerp was het kinderkamp. Uit de gesprekken is gebleken dat zowel het Griekse zomerkamp als het OJN-OZK veel overeenkomsten hebben. Over en weer werden er ervaringen uitgewisseld en adviezen gegeven om de zomerkampen tot een nog groter succes te maken. Tijdens deze dagen werd er gegeten volgens de vastenregels. Op de laatste avond voor ons vertrek leerden we de Ierse volksdans en kregen we een Grieks mini concert op de piano en de gitaar. Het afscheid was erg bijzonder. In zo een korte tijd hebben we met iedereen een hechte band gekregen. Vandaar dat het afscheid erg zwaar was. Er waren veel tranen en er werd gezongen. Hopelijk zullen we elkaar snel weer zien. Deze dagen waren veel te kort om iedereen goed te leren kennen, maar er blijven hele mooie herinneringen over. We hebben er zeker van genoten en we zullen deze bijzondere dagen koesteren.

Janja

Orthodox Zomerkamp 2007

Van 29 juli tot en met 4 augustus vond in de bossen van Putten het achtste orthodoxe zomerkamp voor nederlandstalige kinderen en tieners plaats. 45 kinderen en 18 begeleiders namen deel aan het kamp. Zij kwamen uit Belgie en Nederland, maar vertegenwoordigden een veelvoud aan culturen en achtergronden. De geestelijke leiding werd gedragen door vader Alexander Yavarousky, rector van de parochie van de Heilige Mattheüs te Leuven (België), diaken Hildo Bos van de parochie van de Heilige Nicolaas te Amsterdam en diaken Dimitri Jatsun te Anntwerpen . De eindverantwoordelijke van het kamp was Idwine van der Blij.

Het thema van het kamp was dit jaar “Johannes de doper en voorloper”. Het kwam naar voren tijdens de ochtendgebeden, bij de cathechese, bij de spelen en bij de creatieve activiteiten. Hier volgt een kleine greep uit onze belevenissen:

We begonnen ons kamp met een toneelstuk met daarin het leven van Johannes de doper en voorloper. Alle kinderen waren zeer geboeid, wat bleek uit het feit dat gedurende de week anekdotes hieruit terugkwamen in de verhalen van de kinderen. Gezien het feit dat de leeftijd van de kinderen varieerde van 7 tot 17 jaar, was het kamp verdeeeld ion drie leeftijdsgroepen en vonden de meeste activiteiten plaats per subkamp. Het was daarom extra leuk om te zien dat op de eerste dag een groot spel met alle deelnemers goed aansloeg bij de kinderen. De samenwerking binnen de groepjes was bijzonder goed; de oudste deelnemers namen verantwoordelijkheid voor de jongste, deze jongsten maakten op hun beurt met hun enthousiasme de ouderen weer actief.

De volgende dag, dinsdag, hadden de tieners een wandeltocht waardoor deze groep een hechte band kreeg, onder andere door de goede gesprekken die ze met elkaar voerden tijdens het wandelen. De blaren namen ze voor lief. De dag erna kon er door de vermoeide tieners en de kinderen uitgerust worden tijdens het zwemmen. Ook dit jaar viel het aangepaste ‘levend stratego’weer goed in de smaak. In plaats van de militaire hirarchie, werd gebruik gemaakt van de kerkelijke hierarchie, waardoor zelfs de jongsten wisten of een metropoliet nu lager of hoger is dan een bischop.

Donderdagavond was er Vespers en ruimte om te biechten, het was goed om te zien hoe vanzelfsprekend de biecht voor de kinderen is. Het hoogtepunt van het kamp was de Goddelijke Liturgie de volgende ochtend. De gehele Liturgie werd gezongen door de kinderen, hoofdzakelijk in het nederlands, afgewisseld met enkele griekse en slavische gezangen. De kerk was versierd met fresco’s die dit jaar en vorige jaren door de tieners zijn geschilderd. Als eregast was bisschop Simon aanwezig.’s Avonds was de bonte avond, met stukjes (veel dansjes) en broodjes bakken bij het vuur. Omdat we de volgende ochtend reeds vroeg het terrein af moesten, hadden we de kerktent al ingepakt. Hierdoor sloten we het kamp op zaterdagochtend op gepaste wijze af met ochtendgebeden in de kampvuurkuil.

We willen iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan dit kamp bedanken, zowel degenen die een geldelijke bijdrage hebben geleverd (Vereniging van Orthodoxen en verscheidene parochies), als degene die hun tijd en energie hebben bijgedragen (de leiding, de organisatie, de op- en afbouwploeg uit Amsterdam). Daarnaast natuurlijk nog eenieder die in gebed of in daad heeft bijdragen aan dit onmisbare stukje orthodoxie voor onze kinderen.

We zijn alweer begonnen met de voorbereidingen van volgend jaar en alle soorten van bijdrage zijn welkom. We zijn nog op zoek naar onder andere een hoofd kampleiding, een aantal tentleiding en ondersteunende mensen. Geldelijke bijdragen in de vorm van donaties kunnen gestort worden op girorekening 121293 tnv OJN-OZK te Amsterdam.

Organisatie Orthodox Zomerkamp 2007

Idwine van der Blij, Agnes van der Voort en Hildo Bos

Lezing Vader Matthew

Take up thy bed and walk
Fr. Matthew Arnold

THEME: PARALYTIC The theme of our weekend is the story from the Gospel in which a man sick of the palsy was brought to Jesus by his four friends; and because the house where he was teaching was so packed full with people, they broke up the roof and let him down through the hole which they had made, and Jesus healed him. I think we are all familiar with this story from the Gospel and I will not repeat it in full now. The story comes in all of the synoptic Gospels, that is, Matthew, Mark and Luke. The second Sunday of Great Lent is dedicated to the version from Mark. Later, this Sunday was dedicated to St. Gregory Palamas, but we still read Mark’s account of the paralytic on that day. The account from Matthew also has its Sunday and that from Luke is read on a Saturday. TOUCHING ON THE WHOLE OF THEOLOGY When we read any Gospel account and look at it carefully, we often find that one thing leads to another, and we could almost cover all of theology. This is a phenomenon of the Gospel which in itself is very important. Fr. Sophrony has said that the spiritual life is like a sphere; if you touch it at one point, you have the whole sphere. To touch it in a Word from the Gospel has the same nature. In order to understand the Gospel, and even the writings of the Holy Fathers, and to gain profit from them, we need to have the mind of the Church. Part of having this mind of the Church is knowing her fundamental teaching. So I would now like to look briefly at some of these fundamental points of theology. First of all, we must realize that all that we know about God is the result of revelation. When the Holy Fathers speak, and that includes the authors of scripture, they are speaking from experience. That is to say, they have met God personally and so are able to tell us something about him. It is not a matter of having some knowledge and doing a bit of thinking and coming up with logical conclusions; because if we start from incorrect or incomplete assumptions, our conclusions will also be incorrect, even when our logic is perfect. THE HOLY TRINITY – ONE NATURE IN THREE HYPOSTASES The fundamental revelation which we have of God is that he is Holy Trinity. God is one, but is revealed in three persons or Hypostases. The three persons are distinct, but they do not divide God, neither are they merely aspects of him. If we pray to the Father, we pray to God; likewise if we pray to the Son, or to the Holy Spirit, or to the Holy Trinity we pray to the whole God. Never the less, each person of the Trinity has his own unique character. The Fathers teach us that the Father is, as it were, the source, the Son is begotten of the Father, before all worlds (Creed), and the Holy Spirit proceedeth from the Father (Jn. 15:26). “The unoriginate Father, who is unbegotten, begets the Son outside time, conferring upon him the totality of his Being, and issues the Spirit who proceeds from him. The Son is begotten from the Father and lives totally in the Father and the Spirit, The Holy Spirit proceeds pre-eternally from the Father and reposes in the Son.1 ” “Each of the three Persons is perfect God. Each Hypostasis bears in Itself the fullness of divine Being.2 ” THE TWO NATURES OF CHRIST Maybe it is easier for some of us to relate to Jesus Christ, than to God the Father or God the Holy Spirit. This seems natural to me because of the Incarnation. Christ became man, or in the words of St. John the Theologian, “And the Word was made flesh” (Jn. 1:14). In the person of Jesus Christ, God and man are perfectly united. Or, to put it another way, Christ possesses two natures, he is perfect God and perfect man. He possesses everything that every one of us has, a human body, a human soul and a human will; but at the same time he is perfect God; almighty, omnipresent, omniscient, etc. The fact that Christ has two natures is of vital importance for our salvation, because salvation is the union of man with God, which man lost through the Fall. As we 1 Christ, Our Way and Our Life, Archimandrite Zacharias, St. Tikhon’s Seminary Press, p. 19 2 ibid. had blocked our own way back to him, he had to come to us, in order to unite us to him again, and even more fully than with Adam in paradise. We can also say, roughly, that if Christ were not man, he would have nothing in common with our human nature, and could not unite that nature with God. If he were not God, he would only be a creature, like us, and could not unite us with God. ESSENCE & ENERGIES The third fundamental doctrine of the Church is the distinction in God between his essence and his uncreated energy. God is unknowable in his essence, but we can be partakers of the divine nature (2 Pet. 1:4) in his energy. We cannot be united with the essence of God, because then we would become God by nature, and that is not possible; we will always remain created beings. But we can be united with God through his energy, and we can become truly God by adoption. It is important to realize that the energy of God is uncreated and is fully and truly God. We can say, roughly, that his energies flow forth from him like the rays of the sun. The essence does not precede the energy, just as the sun does not exist without its rays. When we meet God in his energy, we meet God himself. Grace, therefore, is the presence of God in us. THE MYSTERY (AS REVEALED) In all of the three doctrines which I have outlined above there is one thing in common. They are all mysterious antinomies, apparent contradictions. God is three yet one. Christ is God and man, creator and created (for his body and soul were created). We can know God in his energy but not in his essence, yet divine energy is God himself, as the essence of God is God himself. We see in these antinomies the element of distinction and unity at the same time. Distinctions which do not divide God, for God is one. They are incomprehensible to us, because we know of no such phenomena in this world, they are unique to God. But as I said before, they have been revealed to us by the Church, through the Holy Fathers who have experienced these things. They have met the Holy Trinity and know, first hand, what he is like. This is the essence of the word mystery in the Church. Something incomprehensible and unknowable; something which we would never invent by our own reasoning; yet which has been revealed to us by God himself , THE PARALYTIC If I were giving a course on theology I should now go on to speak about man, the fall and salvation. But I should stick to our theme and now go on to speak about the Gospel story in question. For completeness, I should just say that St. John Chrysostom is very dear that this man is not the same as the paralytic which we read about in the Gospel of St. John. In John, he was in Jerusalem, here in Capernaum; there he was alone, here he was borne of four. And St. John Chrysostom gives other reasons why the two men are different. So, the man was sick of the palsy; that is to say, he was paralysed and could not move. In the English dictionary the word palsy also means, figuratively speaking, a condition of utter helplessness3 . His friends brought him to Jesus, probably for physical healing, but they could not get at him because of the crowd. And so they went up on the roof, broke a hole in it and lowered the man down to Jesus. EFFORT & how to come to God Do you see the effort which they made in order to come into the presence of Christ? From this we learn that we must seek Christ for healing, and that it is necessary for us to make great effort to come into his presence. St. Nikolai Velimirović says that there are three ways to come into the presence of the Lord. When the Lord himself comes and reveals his gracious presence to us; when the apostles bring someone to the Lord; or when people themselves make the greatest efforts to come into the Lord’s presence. He goes on to say, “We must take these three ways in reverse order, which is to say that we must, with faith and longing, do all we can to come into God’s presence; then we must follow the call and directions of the holy, apostolic Church and the Church’s Fathers and teachers; and lastly, only after fulfilling the first two conditions, we must, with prayer and 3 Consice Oxford Dictionary: pa’lsỹ (paw´lzǐ, pǒ´lzǐ) n., & v.t. 1. n. paralysis, esp. with involuntary tremors; (fig.) cause or condition of utter helplessness. 2. v.t. affect with palsy, paralyse (usu. fig.). [ME pa(r)lesi f. OF paralisie f. Rom. *paralisia f. L (PARALYSIS)] hope, wait upon God to bring us to himself and, by his presence, to illumine, strengthen, heal and save us.4 ” DEATH & Resurrection If you look at the situation from above the house, the letting down of the paralysed man into the house is like the letting down of a dead man into a grave; a burial. The man was as if dead, and indeed we are all spiritually dead as a consequence of the sin of Adam. It seems to me a common thing that meeting the Lord is closely bound up with death. We are taught that when we die, we will meet Christ at the judgment seat. When Simeon received the Lord in his arms at the Presentation, he prayed that he may now depart this life. When Christ died on the cross, he descended into Hades, that is the place of the dead, in order to grant them resurrection. Before the resurrection, the dead went to Hades, they did not cease to exist but they were impotent, they were not able to do anything. We see in the Old Testament that people do not pray to the prophets and holy men like we pray to the saints. Instead they offer their prayer directly to God with phrases like, “O Lord God of our fathers” (2 Chron. 20:6), or “O Lord God of Abraham, Isaac and Israel” (1 Chron. 29:18). But when Christ descended into Hades he destroyed the power of Hades and death was abolished. All those who were there met Christ at that time, and the righteous were numbered among the saints. And we can pray to them. But we, who live after the resurrection, meet Christ at the moment of our death. Then we are judged according to our works. FAITH of whom? And the sick of the palsy descended into the house and met Christ. “And Jesus seeing their faith said unto the sick of the palsy; Son, be of good cheer; thy sins be forgiven thee” (Mt, 9:2). It is worth asking ourselves at this point, Whose faith did Jesus see? The obvious answer is the faith of the four who carried him, and this is true. St. John Chrysostom shows that there are several passages in the Gospel where Christ heals and 4 Nikolai Velimirović, Homilies, Vol I: Great Feasts, Lent, Eastertide and Pentecost, Lazarica Press, Birmingham, 1996, pl47. does not require faith of the one receiving healing, for instance when they are insane or in any other way, through their disease, are out of their own control. But he goes on to say that the sick man here has faith too; for he would not have suffered himself to be let down, unless he had believed. And St. Gregory Palamas is in agreement, saying that the man sick of the palsy was present and in his right mind, intimating the same thing5 . CHRIST IS GOD, He knows the heart of man – to forgive & to reveal secrets of the heart to us At this point several things happen invisibly. Christ sees their faith and he forgives the man’s sins, which is healing of the soul. But the scribes said within themselves, “This man blasphemeth,” and Christ also sees their hearts. All these are signs, or even proofs, of Christ’s divinity. When the scribes say, “Who can forgive sins but God only?” they are right in that only God can forgive sins. So either Christ is God, or the scribes are also right about him speaking blasphemies. But to show that he is God, he reveals the secret thoughts of their hearts. For the prophets say, “Thou only knowest the hearts of the children of men” (2 Chron. 6:30), and, “God trieth the hearts and reins” (Ps. 7:9). And these are no small matters, for the forgiveness of sins is a gift too great to speak of. ON CONFESSION How many of us at confession confess all our sins, and confess them with faith that they will be forgiven, and confess with a spirit of repentance that we truly wish to put those things away from us for good? And confess with a spirit of humility that we are powerless over sin and that we rely on God, and to ask him to give us the power and strength to resist temptation? In our confession we turn to God. And we see how this man, on turning to God receives complete forgiveness of all his sins as a free gift, as God’s response to his faith. 5 The Homilies of Saint Gregory Palamas, trans. Christopher Veniamin, VoIume One, St. Tikhon’s Seminary Press, Hom. 10. HEALING the paralytic, to heal (if possible) also the unbelieving scribes (& on the person of CHRIST) The scribes however, have no faith, as their thoughts show. But Christ attempts to heal them too by asking the question, “Whether is easier, to say, Thy sins be forgiven thee; or to say, Arise, and walk?” St. John Chrysostom comments that it is really easier to heal the body, and to heal the soul is a far greater thing, but because that is a spiritual event, it is not readily apparent. So the scribes think that to say, “Thy sins be forgiven,” is easier, but empty of power. So in order to prove the one by the undeniable performance of the other, Christ also heals the man’s body and tells him to go to his house. The proofs of the divinity of Christ are many, but there is another aspect, that the Son is equal to the Father. St. John Chrysostom says, “Whereas, when he spake unto the sick of the palsy, he spake without clearly manifesting his own authority; for he said not, ‘I forgive thee thy sins,’ but, ‘thy sins be forgiven thee:’ upon their constraining, he discloses his authority more clearly, saying, ‘But that ye may know that the Son of Man hath power on earth to forgive sins.’ Seest thou, how far he was from unwillingness to be thought equal to the Father? For he said not at all, ‘The Son of Man hath need of another;’ or, ‘He hath given him authority,’ but, ‘He hath authority.’6 ” SICKNESS & our mortality – because of the Fall Christ then heals the whole man, for, as Chrysostom again says, he is the creator of souls and bodies. And not only the creator, but also the restorer, for the consequence of the fail is death, and sickness is the herald of death. Sickness reminds us that we are not immortal, and that sooner or later we shall depart from this earthly life. But God did not intend man to be mortal, for he planted both the tree of life and the tree of knowledge of good and evil, but only of the tree of knowledge of good and evil was he forbidden to eat. After the fall, Adam and Eve were cast out of Paradise; “and he placed at the east of the garden of Eden Cherubims, and a flaming sword which turned every way, to keep the way of the tree of life” (Gen. 3:24). 6 Nicene and Post-Nicene Fathers, Chrysostom: Homilies on the Gospel of St. Matthew, Hendrickson, Homily XXIX, 2. The Fathers of the Church teach us that this banishment from the garden of Eden, or rather death, was “a great benefit” for us. Because through the gift of death “man does not remain forever in the condition of sin.7 ” But in the Gospel we see Christ, even before the crucifixion, showing us the way back to life: he heals many people of their physical infirmities, and by the crucifixion, death itself is overcome. WHAT DOES ALL THIS MEAN TO US PERSONALLY? (on descent and ascent) Up to now I have spoken mostly about Christ. But we must also consider ourselves. What do we learn about ourselves from this story? Because there is no point in reading and studying the Word of God if it has no effect on us. God’s words are healing words and they are the words of eternal life; so we must allow them to work in us. The man was let down, met Christ and was told, ”Arise,’ and he arose. We see here a movement of descent followed by ascent. This theme of descent and ascent is of great importance to us. The way down is synonymous with humility. Humility is going down. Christ himself descended from heaven to earth, and then to Hades. Afterwards he ascended again to heaven and sitteth on the right hand of the Father. The resurrection, in a sense, took place in Hell. The man sick of the palsy was forgiven his sins after he descended into the house. St. Silouan saw the living Christ, in the place of the icon of the Saviour in church, after a period of extreme despair; he was almost on the point of giving up completely, but he managed to utter, “Lord Jesus Christ, have mercy upon me a sinner,” and then he saw theLord8 . THE BASIC PATTERN Because Christ showed us this way, our task is to follow him. The basic pattern is something like this: we go down in humility, we consider ourselves the worst of men, we acknowledge our true state, which is a state of utter wretchedness. We know that the world is in a mess because we, man, have made it so. I know also that I personally am in 7 Theophilos of Antioch, To Autolykos II 26, quoted in The Mystery of Death by Nikolaos P. Vassiliadis, pub. The Orthodox Brotherhood of Theologians “The Savior,” Athens, 1997. 8 The Enlargement of the Heart, Archimandrite Zacharias, Mount Thabor Publishing, p. 10. a mess because I personally have made it so by my sins. Additionally I have inherited a condition of death. When we confess the truth about ourselves, this attracts the grace of God, because we are true, and when we are true we attract the Spirit of Truth. When we call upon the Lord for help, he will quickly hear us, and he is the one to raise us up; noone else can. This basic pattern then is our way out, our escape. I have said much about our miserable condition, illness and death. Our burning question is, “How can we escape all these things, as well as our future condemnation?” When we die, will we be granted a place in paradise or cast out into outer darkness? The whole purpose of Christ’s incarnation was to die, and by his death to effect our salvation. Christ’s death was voluntary, and, if we are to follow him, we must also undergo a voluntary death. The Fathers teach us that at the Fall, not only was man condemned to death, but creation was also dragged down by the one who had dominion over creation (cf. Gen. 1:28), and so the whole creation is also fallen. We could say that creation is also dead: it is certainly not life-giving. If the fall is separation from God, and union withGod is life and salvation, then we cannot find salvation and eternal life in this world or through this world. Our work is to die to this world, to crucify the old man (cf. Rom 6:4), which we do by practising humility, by going down. Then, if we die voluntarily to everything of this world, if we die to everything which is death, we shall rise with Christ. Take up thy bed and walk Matthew 9:1-8, Mark 2:1-12, Luke 5:17-26 Sun 6th wk of Matthew 9:1-8 1 ¶And he entered into a ship, and passed over, and came into his own city. 2. And, behold, they brought to him a man sick of the palsy, lying on a bed: and Jesus seeing their faith said unto the sick of the palsy; Son, be of good cheer; thy sins be forgiven thee. 3 And, behold, certain of the scribes said within themselves, This man blasphemeth. 4 And Jesus knowing their thoughts said, Wherefore think ye evil in your hearts? 5 For whether is easier, to say, Thy sins be forgiven thee; or to say, Arise, and walk? 6 But that ye may know that the Son of man hath power on earth to forgive sins, (then saith he to the sick of the palsy,) Arise, take up thy bed, and go unto thine house. 7 And he arose, and departed to his house. 8 But when the multitudes saw it, they marvelled, and. glorified God, which had given such power unto men. 2nd Sun in Lent Mark 2:1-42 1 ¶And again he entered into Capernaum after some days; and it was noised that he was in the house. 2 And straightway many were gathered together, insomuch that there was no room to receive them, no, not so much as about the door: and he preached the word unto them. 3 And they come unto him, bringing one sick of the palsy, which was borne of four. 4 And when they could not come nigh unto him for the press, they uncovered the roof where he was: and when they had broken it up, they let down the bed wherein the sick of the palsy lay. 5 When Jesus saw their faith, he said unto the sick of the palsy, Son, thy sins be forgiven thee. 6 But there were certain of the scribes sitting there, and reasoning in their hearts, 7 Why doth this man thus speak blasphemies? who can forgive sins but God only? 8 And immediately when Jesus perceived in his spirit that they so reasoned within themselves, he said unto them, Why reason ye these things in your hearts? 9 Whether is it easier to say to the sick of the palsy, Thy sins be forgiven thee; or to say, Arise, and take up thy bed, and walk? 10 But that ye may know that the Son of man hath power on earth to forgive sins, (he saith to the sick of the palsy,) 11 say unto thee, Arise, and take up thy bed, and go thy way into thine house. 12 And immediately he arose, took up the bed, and went forth before them all; insomuch. that they were all amazed, and glorified God, saying, We never saw it on this fashion Sat in 2nd wk. Lukt 5:17-26 17 ¶And it came to pass on a certain day, as he was teaching, that there were Pharisees and doctors of the law sitting by, which were come out of every town of Galilee, and Judaea, and Jerusalem: and the power of the Lord was present to heal them. 18 And, behold, men brought in a bed a man which was taken with a palsy: and they sought means to bring him in, and to lay him before him. 19 And when they could not find by what way they might bring him in because of the multitude they went upon the housetop, and let him down through the tiling with his couch into the midst before Jesus. 20 And when he saw their faith, he said unto him, Man, thy sins are forgiven thee. 21 And the scribes and the Pharisees began to reason, saying, Who is this which speaketh blasphemies? Who can forgive sins, but God alone? 22 But when Jesus perceived their thoughts, he answering said unto them, What reason ye in your hearts? 23 Whether is easier, to say, Thy sins be forgiven thee; or to say, Rise up and walk? 24 But that ye may know that the Son of man hath power upon earth to forgive sins, (he said unto the sick of the palsy,) I say unto thee, Arise, and take up thy couch, and go into thine house. 25 And immediately he rose up before them, and took up that whereon he lay, and departed to his own house, glorifying God. 26 And they were all amazed, and they glorified God, and were filled with fear, saying, We have seen strange things to day.

Lezing Asten (2005)

“Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven” (Joh. 14:6)

Het Begin
Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.’ (Joh. 14:6, DNBV).
God heeft zich aan de mensen willen openbaren. In het NT openbaart Hij zich in Christus, die het Licht der wereld is. Maar ook in het OT wilde God zich al openbaren. Wanneer we het begin van het Johannesevangelie lezen kunnen we dat vergelijken met wat er in Genesis staat. In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. (Joh. 1:1-4) In het begin schiep God hemel en aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de overvloed, maar Gods geest zweefde over het water. (Gen. 1:1-2) Uit bovenstaande blijkt dat de Drie-eenheid al bestond voor de schepping.

Ik ben de Weg
De mens moet een weg gaan. Ook in het OT was er al sprake van een weg. Want de Heer kent de weg der gerechten, maar de weg der bozen gaat te gronde. (Ps. 1, Psalterion Den Haag) Maar hoe kom je erachter wat de weg is? Het OT is hier heel duidelijk in: Leef volgens de Wet.
Zalig de onbevlekten op hun levensweg,
Die wandelen in de Wet des Heren.
Zalig die Zijn Getuigenissen overwegen,
Die hem zoeken met geheel hun hart.
Want zij die ongerechtigheid doen,
Wandelen niet op Zijn Wegen.
(…) Waardoor kan een jong mens zijn weg recht maken?
Door het onderhouden van Uw Woorden. (Ps. 118 vs. 1-3 en 8)
In het NT komen we iets nieuws tegen, waarbij Christus zegt: ‘Ik ben de Weg.’ Dit heeft gevolgen voor de weg die we moeten gaan. In de Wet staat bijvoorbeeld: ‘Gij zult geen echtbreuk plegen’. Maar Christus zegt dat hij die alleen maar naar een vrouw kijkt al echtbreuk pleegt. Dit gaat dus veel verder dan de Wet uit het OT. De weg van Christus houdt in dat mensenelkaar niet alleen moeten liefhebben maar nog veel verder moeten gaan: Elkaar liefhebben zoals Christus u heeft liefgehad. Dit is heel moeilijk, maar elke weg heeft een begin. Je moet ook beginnen bij dat begin, al is het met kleine dingen. Het is niet genoeg dit alleen maar te weten, je moet vooral ook iets doen.

De weg, de waarheid, het leven.
De weg is ook de waarheid. En de waarheid en de weg zijn het leven. Waanneer je je op de weg begeeft ontmoet je de waarheid en dat is het leven; in overgave.

Dit is een samenvatting van de lezing gegeven door Moeder Maria (hegoumena van het klooster van de Geboorte van de Moeder Gods te Asten) op 14 mei 2005 gegeven in dit klooster tijdens het OJN-weekend. Opgetekend door Xenia Loosjes.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2017 Orthodoxe Jongeren in Nederland

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑